in de donkere straten
van een dorpse stad
sprak je je onverwacht uit
in de lachende armen
van die warme nacht
antwoordde ik zonder geluid
je bespeelde mijn snaren
je hand hier en daar
je at me met haren en huid
de krater sloeg later
als een bom bij mij in
en dat was nog maar het begin
je pakte me in
in roze papier
en als een kadootje
ben ik nu hier
je pakt me weer uit
en vol van het spel
zeg ik alsjeblieft en
jij dank je wel
schilderen
poging
je eigen ziel
te pakken
maar vies eigenlijk
die geur van acryl
en stom
die hoge hakken
zie me zacht
in mijzelf praten
en vraag mij
in een donkere nacht
hoe ken
ik je in alle
hoeken
krokussen in de tuin
ik rook kussen in de tuin
vlugge kussen van jou
en bij dezen: kussen terug
zaterdagmiddag
dertien voor twee
ik heb nog
tweeëndertig levens
maar wat moet ik ermee?
zingt zij
achter haar computerspel
het ah fuck daarna
doet geen appel
op mij achter het fornuis
ik met mijn soep
en zij met haar muis
noordzee, zie mij zachtjes aan
en laat mij zonder lijf
en zonder ogen, oren
doorzichtig voor u staan
bekijk dan goed
mijn heldenmoed
mijn doodsangst en mijn pijn
en fluister dan voorzichtigjes
dat ik mijzelf mag zijn
toen ik je zag
toen wist ik al
dat ik jou steeds
had gezocht
voor de zekerheid
rook ik
nog even aan je
toen was ik
helemaal
verkocht
soms zijn je ogen zo ontspannen blauw
zoals ze zacht in verre vertes kijken
ik moet wel van je houden dan
en als dat al niet al zo was, zou ik
op zo'n moment alsnog voor je bezwijken
ik ben een rivier, zei je
die stroomt zoals het water wil
welk water, vroeg ik
het water van mijn tranen
dat langs de rimpels van mijn huid
langs poriën en putten
langzaam naar beneden glijdt
en zich een weg wil banen
naar eindeloos verlangen
naar grenzeloos gebied
naar verre vertes en weer terug
en rusten in het riet
niet dat dat geen verdriet doet
want water wast en welt
het gutst en golft van angst en moed
het klotst en kolkt met kracht
polijst de knoken van mijn lijf
en maakt mijn hardheid zacht
sensatie
de geur
de tast
verlangt
verliefd op leven
laat mij niet gaan
in ledigheid
toe
laat mij niet
alleen
beloof mij hoop
en vredigheid
maak dat wij
een zijn
in ruiken en kijken
zodat we niet
op lijken lijken
en deze staat niet in de bundel
het ging niet tussen haar en mij
zei je. vrijheid is verandering
van plaats en tijd
speelt nauwelijks een rol
je zag jezelf al gaan -
stromend water en ik zwom
in je. de zee zij lachte en
zette al haar krachten in
rivieren ontstaan soms zomaar
zoals het water wil, de storm
stak op en ik verdronk en het water
stroomde als altijd naar de zee